Vroegcastratie

Vroegcastratie

In principe verhuizen onze kittens op 16 nadat ze gecastreerd/gesteriliseerd zijn.
Nou gaan er veel verhalen de ronden dat fokkers dit doen omdat er mogelijk iets met de ouders is.
Als je als fokker serieus bent in het fokken en je graag gaat voor een gezond ras, dan zou je al niet fokken als er iets zou zijn met een ouderdier.
Er zijn fokkers die hun lijnen erg behouden, wat een hele goede reden is. Want niemand wil dat zijn kittens worden gebruikt om het zoveelste marktplaats nestje mee te maken.
Er bestaan niet voor niks kattenrassen, een ras is ooit beschreven als een ras. Met zo zijn eigen uiterlijkheden en eigen karakter.
Van bijna alle marktplaatsnestje, weet je niks van de ouders. Ook niet of ze mogelijke ziektes of lichamelijke aandoeningen hebben.
Maar je betaald er vaak wel een flink bedrag voor, soms zelfs de prijs als of het een echt raskitten is, maar dan zonder stamboom omdat te bewijzen.
Een kitten waarvan de haren wat langer lijken dan van zijn broertjes en zusjes, maakt het nog geen Noorse Boskat of andere langharige raskat.

De rede voor ons voor het castreren op de leeftijd van 15 weken is voornamelijk ter voorkoming van marktplaatsnestjes. maar ook erg handig als u al een ander kitten heeft dat u niet opeens met een nestje zit.
Mocht u als fokker toch interesse hebben in een kitten om mee te fokken, is het bespreekbaar.

Geen nadelen voor de ontwikkeling
Tot een aantal jaar geleden deden geruchten de ronde dat vroegcastratie heel wat nadelen zou hebben. Zo zouden vroeg gecastreerde dieren klein blijven en een kleinere urinebuis hebben, waardoor ze makkelijker verstopt zouden raken. Gelukkig hebben grondige wetenschappelijke studies deze vooroordelen ondertussen weerlegd.

Katten die vroeg gecastreerd worden, groeien zelfs iets langer door doordat hun groeischijven (dit zijn de plaatsen in de beenderen waar nieuw bot wordt aangemaakt) later sluiten. Ze worden dus zelfs iets groter dan hun ongecastreerde soortgenoten!
Dit is niet iets specifieks voor vroegcastratie, aangezien ook bij katten die op de ‘normale’ leeftijd worden geholpen de groeischijven nog niet dicht zijn. Ook deze katten blijven dus iets langer groeien dan hun soortgenoten die pas geholpen worden na hun eerste levensjaar.

Verder wijkt de diameter van de urinebuizen niet af van die van ongeholpen dieren, hoewel de uitwendige geslachtsorganen minder tot ontwikkeling komen. Er is dus geen enkele reden om aan te nemen dat vroeggecastreerde dieren makkelijker verstopt zouden raken.

Net als bij alle geholpen dieren moet wel de voeding aangepast worden, om dik worden te voorkomen. Voor alle gecastreerde katten geldt dat ze minder energie verbruiken en dus minder of aangepast voer moeten krijgen. Daar heeft u met een vers vlees voeding het makkelijk, geen duur merk speciaal voor de gecastreerde kat. Maar gewoon het vlees wat u ze anders ook zal geven en op wanneer het blijkt dat u te veel voert kunt u daarin minderen. 

Geen verschil in gedrag
Een veelgehoord argument tegen vroegcastratie is dat de dieren zich toch wel abnormaal zouden gaan gedragen, want ze zouden die seksuele hormonen toch wel nodig hebben tijdens hun ontwikkeling?

Uit gedragsstudies is gebleken dat er bijna geen verschil bestaat in gedrag tussen dieren die vroeg gecastreerd zijn, op normale leeftijd gecastreerd zijn en laat gecastreerd zijn. De enige verschillen die werden gevonden, waren verschillen tussen de eerste twee groepen en de laatgecastreerde dieren.

Dieren die gecastreerd worden op latere leeftijd, wanneer ze dus al ruim volwassen zijn, blijven vaker typisch seksuele gedragingen vertonen zoals bijvoorbeeld sproeien. De hormonen hebben dus wel degelijk invloed op de ontwikkeling van het gedrag: ze zorgen ervoor dat de hersenen van het kitten meer mannelijk of vrouwelijk worden, met de daarbij horende gedragingen. Net wat we met castratie willen vermijden dus!